ik zag zojuist een kruipende mier

Deel

een voet tussen de deur
niets wees erop dat mijn
dag staande zou worden
gehouden maar nu dan toch
ik haal diep adem
stap in de lift
weet dat buiten de zon
zal schijnen

de zon schijnt
maar niet hier
op de plek waar ik
heen en weer loop
onder een viaduct
van spoorlijnen
een gekooid dier
dat eindelijk
voor zijn vrijheid
heeft gekozen
weg uit de tunnel
van tijd en doelen en deadlines
in de open ruimte
waar felgroene brandnetels
groeien op ronde, verhoogde
plantsoenen naast het plein
onder het treinviaduct

ik ben aangekomen in de tijd
van buigend gras dat sierlijk
soepel met de wind meedeint
terwijl de zon doorbreekt
een schaduw werpt
van mijn op en neer benende gestalte

een groep vogels landt
in de bomen rondom mij
daalt verder af
naar de stoep
waar ik heen en weer loop
ze negeren mij
hebben al lang gezien
dat ik hier
bij de dingen hoor
ongevaarlijk voor ze aanwezig
achtergronddetail
bij hun gefourageer naar voedsel

als je maar lang genoeg
heen en weer loopt
kijkt niets en niemand
van je op

de jongens bij hun scooters verderop
de pauze houdende buschauffeur
ik ben net zo anoniem
als de lantaarnpaal
met zeven slapende spotlichten
werkloos in het daglicht
hoogstens iets beweeglijker
ik loop maar
het interesseert me
allemaal
maar niets in het bijzonder
alles is voor mij decor geworden
getuigen van het grote zijn
dat onbeweeglijk op de vormen rust
geluidloos meebeweegt
met de klanken
alles diepte geeft

ik zie de ruimte van de ruimte
- u hoeft het niet te begrijpen
dat doe ik ook niet
er is geen formule die het vatten kan
de grootste geesten hebben
in drommen
opgegeven er nog langer naar te zoeken
tevreden zijn ze
om te berekenen de valsnelheid
van een bleek septemberblad
zojuist hier door een boom losgelaten
soortnaam bekend
de code van het dna
het vermoedelijk verval tot stof
daarna?
daarvoor??

ik haal weer adem
al doe ik er niet veel voor
het is meer een soort bewustwording van wat
mijn lichaam voor me doet
twee scooters trekken op
een fatbike ratelt met zware banden
over het trottoir
her en der klinken paukenslagen
busbanden die over betonnen drempels rijden
alles wordt muziek
en kleur
ik ruik croissantjes
waar de geest van vol is
kennelijk

een heel heelal met duizenden miljarden sterren
een planeet waar ik nu
aan het heen en weer lopen ben
god van niets en niemand
toch voel ik mij onmetelijk machtig
ik heb mijzelf uitgewist
ben opgekropen tot het pochet
van het alom tegenwoordige
helder en onzichtbaar aanwezige zijn
waar iederéén nu deel van uitmaakt
ergens op een ontelbare middag
ver van mij
in hetzelfde schuitje
op hetzelfde moment
overal, gelijktijdig, anders.

Het logo is het ikoon Vogel van kunstenaarsduo Huub en Adelheid Kortekaas